Coquilles op bloemkool-aardappelmousse
Een feestelijk voorgerecht van gebakken coquilles op een zijdezachte bloemkool-aardappelmousse, afgewerkt met een pannensaus van witte wijn en sjalot.
Wat je nodig hebt
Zo doet Maurice het
- 1
Kook de bloemkool en aardappel: Breng een grote pan water aan de kook. Voeg de bloemkoolroosjes en de geschilde aardappel toe. Laat ongeveer 25 minuten zachtjes koken tot ze zacht zijn. Houd 2 kleine bloemkoolroosjes apart voor de garnering.
- 2
Maak de mousse: Giet de gekookte bloemkool en aardappel af. Voeg 15 g boter, 1 tl kerriepoeder en zout naar smaak toe. Laat even staan.
- 3
Bereid de coquilles voor: Dep de coquilles droog met keukenpapier. Verhit 1 el olijfolie in een pan op hoog vuur. Voeg zodra de pan heet is de coquilles toe en bak ze 2–3 minuten zonder ze te verplaatsen.
- 4
Draai de coquilles voorzichtig om en voeg 15 g boter en de fijngehakte knoflook toe. Lepel de schuimende boter over de coquilles en bak nog 2 minuten. Haal de coquilles uit de pan en houd ze warm in aluminiumfolie.
- 5
Maak de pannensaus: Verhit in dezelfde pan 10 g boter en voeg de fijngehakte sjalot toe. Bak tot de sjalot zacht is, giet dan 100 ml witte wijn erbij. Laat ongeveer 4 minuten sudderen en schraap de aanbakseltjes los. Zeef de saus.
- 6
Maak de mousse af: Voeg de gezeefde saus toe aan het bloemkool-aardappelmengsel. Pureer met een staafmixer tot een gladde en zijdezachte mousse.
- 7
Serveer: Schep een streep mousse op elk bord. Leg een achtergehouden bloemkoolroosje erbij, plaats 2 coquilles erop en werk af met versgemalen zwarte peper. Eet smakelijk.
Meer uit het archief
Zelfde keuken, ander gerecht.



